Documenten en vergunningen

Om als buitenlander in Nederland te mogen werken is er de basisregel dat de werkgever en de medewerker beschikken over een aantal documenten waaruit blijkt dat het verblijf en het werken in Nederland is toegestaan. Op deze basisregel bestaan echter diverse uitzonderingen zodat feitelijk per persoon moet worden gekeken welke documenten nu precies zijn vereist. 

De belangrijkste basisdocumenten zijn:
  • BurgerServiceNummer(BSN) / bankrekening
  • de tewerkstellingsvergunning, en
  • geldige identiteits- en verblijfsdocumenten

BurgerServiceNummer/ bankrekening

Wanneer u als buitenlandse medewerker in het azM aangesteld wordt, moet u (als eerste) over een BurgerServiceNummer beschikken. Dit nummermoet u persoonlijk gaan aanvragen bij de Belastingdienst / Kantoor Limburg te Heerlen (Kloosterweg 22). Daarnaast moet u beschikken over een Nederlandse bankrekening waar uw salaris op overgemaakt kan worden. Om deze rekening te kunnen openen hebt u eveneens het BurgerServiceNummer nodig. 

Tewerkstellingsvergunning

De basisregel is dat een werkgever geen buitenlander in zijn organisatie mag laten werken zonder dat hij voor die medewerker beschikt over een geldige tewerkstellingsvergunning. Daarbij is het niet belangrijk of de medewerker voor zijn werk loon ontvangt of niet. In beginsel moet de werkgever voor elke buitenlandse medewerker beschikken over een geldige tewerkstellingsvergunning ongeacht of die medewerken in loondienst werkt of niet. Wel of geen loon speelt dus geen rol.

Op deze basisregel bestaan diverse uitzonderingen. In een aantal gevallen is een tewerkstellingsvergunning niet nodig. Daarom moet per persoon worden gekeken welke documenten precies zijn vereist. Een tewerkstellingsvergunning is in de volgende gevallen nietnodig.

  • De buitenlandse medewerker beschikt over een visum of een machtiging Voorlopig Verblijf (MVV) waaruit blijkt dat hij in Nederland mag werken (arbeid is “vrij toegestaan”).
  • Er is sprake is van een dienstverrichter uit de EU die een dienst verricht met eigen werknemers waarvoor geen vrij verkeer van werknemers geldt (b.v. dienstverrichters / medewerkers afkomstig uit de Midden-Europese en Oost-Europese EU landen). In dat geval kan de dienstverlening gemeld worden bij het CWI via het notificatieformulier.
  • De buitenlandse medewerker wordt ingehuurd via het uitzendbureau. Het uitzendbureau is dan verantwoordelijk voor de tewerkstellingsvergunning. De inlenende organisatie moet wel altijd beschikken over een kopie van de geldige TWV.
  • De buitenlandse werknemer beschikt over een paspoort met daarin een stempel waaruit blijkt dat arbeid vrij is toegestaan.
  • De buitenlandse werknemer heeft een verblijfsvergunning voor arbeid als zelfstandige, en voor zolang de werkzaamheden vallen onder het werk waarvoor de verblijfsvergunning is afgegeven.

Een tewerkstellingsvergunning wordt door de werkgever bij het CWI aangevraagd. De procedure daarvoor kan tot vijf maanden in beslag nemen. Als de betreffende medewerker tijdelijk bij een ander bedrijf moet gaan werken, dan is de werkgever verplicht zijn collega-werkgever een kopie van de tewerkstellingsvergunning te geven. 

Verblijfsdocumenten

Alle buitenlanders moeten, als zij in Nederland willen werken, beschikken over geldige identiteits- en verblijfsdocumenten (paspoort, visum, MVV of verblijfsvergunning). Geldige identiteits- en verblijfsdocumenten zijn: paspoort, visum, machtiging voorlopig verblijf (MVV) of een verblijfsvergunning.

Visum

Als een verblijf in Nederland korter duurt dan drie maanden, dan volstaat meestal een visum. Een visum wordt aangevraagd bij de Nederlandse ambassade of consulaat in het land van herkomst.

Machtiging Voorlopig Verblijf (MVV)

Elke medewerker die langer dan drie maanden in Nederland wil verblijven en die geen onderdaan is van een EER-lidstaat, Canada, VS, Australië, Monaco, Nieuw Zeeland, Japan, Vaticaanstad of Zwitserland, heeft altijd een verblijfsvergunning nodig. Bovendien heeft hij in de meeste gevallen ook een MVV nodig om Nederland binnen te mogen reizen.

De buitenlandse medewerker moet de MVV zelf aanvragen bij de Nederlandse ambassade in het land van herkomst. De beoordeling van de aanvraag  neemt gemiddeld 3 tot 4 maanden in beslag. 

Een MVV is maximaal zes maanden geldig vanaf de datum van afgifte. In die tijd heeft de medewerker de mogelijkheid om Nederland binnen te reizen. Eenmaal aangekomen in Nederland moet hij zich binnen drie werkdagen melden bij de vreemdelingenpolitie om daar een verblijfsvergunning aan te vragen.

Voor het verkrijgen van een MVV moet in bepaalde gevallen het basisexamen inburgering afgelegd worden. In dit examen wordt onder meer de basiskennis over de Nederlandse samenleving en de Nedelandse taal getoetst.

Verblijfsvergunning

Een verblijfsvergunning is nodig als de buitenlandse medewerker langer dan zes maanden in Nederland wil blijven. Zij wordt aangevraagd bij de gemeente waar de buitenlandse medewerker verblijft. De IND heeft dan in princiope zes maanden de tijd om de aanvraag te beoordelen.

Voorwaarden

Om een MVV of een verblijfsvergunning te krijgen moet de buitenlandse medewerker aan een aantal voorwaarden voldoen. Die voorwaarden hangen onder meer samen met het doel waarvoor de betreffende persoon naar Nederland komt en waarvoor hij hier wil verblijven. Zo gelden er specifieke voorwaarden voor een verblijf ten behoeve van werk, studie, gezinsvorming, familiebezoek, au pair en uitwisselingsprogramma's.

De regels die hier genoemd worden zijn slechts basisregels waar verschillende uitzonderingen op bestaan! In een aantal gevallen zijn specifieke documenten niet nodig zodat feitelijk per persoon gekeken moet worden welke documenten vereist zijn.

Meer informatie vindt u op www.IND.nl