De kritische zorg voor kinderen van vier weken tot 18 jaar stond zo’n 25 jaar geleden nog in de kinderschoenen. Zeker in België, waar ik gestudeerd heb. Ik wist al snel dat ik in deze zorg wilde werken: ik vind kinderen fascinerend en de techniek van de intensive care uitdagend.
Ik ben in 2001 in Maastricht begonnen als kinderarts-intensivist. De Nederlandse manier van werken spreekt mij erg aan: je staat hier naast elkaar en werkt interdisciplinair. Bovendien kreeg ik hier de kans om mee te doen aan het onderwijs. Ik vind de omgang met lerende mensen heel aangenaam en de combinatie met de zorg prachtig. Ik neem de soms heftige voorbeelden uit de praktijk mee naar het onderwijs; andersom neem ik nieuwe kennis mee naar de praktijk. Daarnaast heb ik een eigen onderzoekslijn opgezet, gericht op het verminderen van pijn en angst bij kinderen, zodat die minder nare ervaringen opdoen tijdens onderzoeken en verrichtingen. Er is veel mogelijk: van in slaap brengen tot afleidingstactieken. Ik wil die inzichten graag naar de geneeskundeopleiding brengen. En in kleine projecten brengen we die trouwens ook naar de zorg voor volwassenen.
Verder hebben we een kenniscentrum opgericht, waarin we alle kennis rondom zorg aan kinderen zonder pijn, stress, angst of dwang samenbrengen. Dit kenniscentrum verzorgt bovendien opleidingen in het hele land, met als insteek: hoe kunnen we kinderen meer comfort bieden, zodat ze vertrouwen houden in de zorg. Dat is ook de kern van mijn leerstoel. Daarom ben ik heel blij dat ons MosaKids Kinderziekenhuis angst- en pijnvrije zorg tot speerpunt benoemd heeft. Dat ondersteunt onze ambitie om die zorg ziekenhuisbreed in te zetten, van polikliniek tot Spoedeisende Hulp.