“Momenteel werk ik als wetenschappelijk onderzoeker, onderwijscoördinator en staflid op de afdeling Transplantatie Immunologie van het Maastricht UMC+. Drie rollen die heel verschillend lijken, maar voor mij persoonlijk prachtig samenvloeien en mijn baan enorm uitdagend houden. Ik richt mij voornamelijk op de rol van het immuunsysteem tijdens zwangerschap en zwangerschapscomplicaties. Elke zwangerschap blijft een immunologisch wonder en de impact voor vrouwen met een zwangerschapscomplicatie is enorm groot. Ik zou dan ook heel graag de zorg voor deze vrouwen verbeteren, met betere uitkomsten voor moeder én baby.
Het begon echter anders. Op de middelbare school had ik een topsportstatus. Dat bleek lastig te combineren met een universitaire studie. Ik koos daarom voor de Sporthogeschool en ging vervolgens aan de slag als docente lichamelijke opvoeding in het voortgezet onderwijs. Hoewel ik het werk leuk vond, miste ik de intellectuele uitdaging een beetje. Een handstand bleef immers een handstand. Ik besloot weer te gaan studeren. Tijdens mijn studie kreeg ik de kans om stage te lopen bij de afdeling Kindergeneeskunde. Door een beter beeld te krijgen van de mogelijke gevolgen van zwangerschapscomplicaties, werd mijn interesse voor vroege ontwikkeling echt aangewakkerd. Deze fascinatie leidde mij naar een promotietraject binnen de reproductieve immunologie. Een enorme uitdaging die ik met beide handen aangreep.
Ik promoveerde op onderzoek naar het karakteriseren van Natural Killer cellen in vrouwen met herhaalde miskramen en doe tevens onderzoek naar de rol van het immuunsysteem bij het ontstaan van vaatschade in vrouwen met zwangerschapsvergiftiging. Hierdoor ontmoette ik veel vrouwen voor wie een zwangerschap niet volop vreugde, maar vooral veel onzekerheid, verdriet en wanhoop bracht waardoor ik gegrepen was om iets voor ze te betekenen. Ik wil de zorg voor deze kwetsbare vrouwen verbeteren… tja, dat is niet alleen mijn passie en trots; dat is mijn missie! En dat motiveert enorm om mijn werk voort te blijven zetten.”