Ik maak echo’s bij zwangere vrouwen, om te kijken of het ongeboren kindje afwijkingen heeft. Dat is bij ongeveer drie procent het geval. Soms is dat iets heel milds, soms iets groots, zoals een open ruggetje. Behalve de screeningsecho’s bij 13 weken en 20 weken, maak ik ook uitgebreide echo's, bijvoorbeeld als er in een ander – medisch – centrum een afwijking is gezien. De uitslag grijpt me soms heel erg aan. Maar ik doe mijn werk met plezier. Het maken van echo’s vind ik leuk. En koppels begeleiden tijdens het onderzoek en ondersteunen als ze slecht nieuws hebben gekregen, dat is echt dankbaar werk.